Algemeen
Albanië is een land met een schitterende natuur, prachtige stadjes en mooie zandstranden aan de Adriatische zee. Het noorden van Albanië, boven de rivier de Drin is zeer woest en ontoegankelijk. Het middengedeelte van Albanië, het zogenoemde Centrale Bergland is wel even hoog maar veel minder woest. Het Zuidelijk Bergland heeft een grillige structuur, gekrakteriseerd door de aanwezigheid van kalksteengebergten. In het westelijk deel van Albanië is er een laagvlakte. In dat gedeelte is veel landbouw. Men verbouwt er onder andere graan, maïs, katoen, zonnebloemen en tabak. Ook is er veel groente- en fruitteelt. Op de berghellingen zijn wijngaarden en olijfbomen te vinden. Met zijn 3.500.000 inwoners is Albanië een dunbevolkt land. Tirana is de hoofdstad.

In samenwerking met de Grieks Evangelische Kerk (GEC) zijn er in Zuid-Albanië gemeenten ontstaan in Sarandä, een stad met ongeveer 40.000 inwoners en in het iets noordelijker gelegen stadje Delvinë, dat zo’n 5.000 inwoners telt. ZGG heeft in 2009 een nieuwe post geopend in Tepelenë.
Geschiedenis De geschiedenis van Albanië begint ongeveer duizend jaar voor Christus. Dan trekken de Illyriërs vanuit Centraal-Europa naar de Balkan. Ongeveer 250 na Christus wordt het gebied bezet door de Romeinen. Rond 1350 is Albanië onderdeel van het Servische koninkrijk en in de 14e en 15e eeuw ontstaan er onafhankelijke Albanese vorstendommen. Daarna volgen verschillende Turkse bezettingen die, wat betreft het noorden van Albanië, tot aan de twintigste eeuw zullen duren.
In 1939 vallen Italiaanse troepen het land binnen en daarna wordt het land door de Duitsers bezet. Na de Tweede Wereldoorlog werd de macht overgenomen door de communisten onder leiding van Enver Hoxha. Op 11 januari 1946 vond de proclamatie plaats van de Volksrepubliek Albanië. In de eerste twee jaar was er vooral een nauwe band met Joegoslavië, maar in 1948 worden alle banden met dit land verbroken en komt Albanië onder invloed van de Sovjetunie. In 1960 is er een conflict tussen de Sovjetunie en China waarbij Albanië de zijde van China kiest en alle banden met de Sovjetunie verbreekt. In 1978 worden ook de banden met China verbroken en staat Albanië geheel geïsoleerd van de rest van de wereld. Enver Hoxha regeert het land met harde hand. Hij sterft op 11 april 1985. Zijn opvolger Ramix Alia maakt een voorzichtig begin met decentralisatie en met stimulering van privé-initiatief. In 1991 worden de eerste vrije verkiezingen gehouden waaraan ook niet-communistische partijen mogen deelnemen.
Het dagelijks leven Het dagelijks leven in de vroegere 'atheïstische staat' is zwaar. De communistische dictatuur heeft zijn sporen getrokken. Er is veel corruptie, armoede en ellende. Het ontbreekt de mensen aan alles. De beroepsbevolking heeft een jaarinkomen van rond de vierduizend lek, wat nauwelijks genoeg is om in leven te blijven. De mensen in de steden wonen bijna allemaal in flats die van kwaliteit zijn. Waterleiding en elektriciteit ontbreken vaak. Ook op het platteland is het leven verre van ideaal. Nu is 70 tot 80% van de bevolking werkloos. De economie is dan ook volledig ingestort. Er is veel corruptie en armoede. Ondanks de vrijheden heeft men het niet gemakkelijker gekregen wat betreft het dagelijks leven.
Godsdienst Albanië kan zich beroepen op een zeer lange christelijke traditie. De stad Dürres bijvoorbeeld was al in de vroege middeleeuwen een belangrijk kerkelijk centrum. Na de Turkse bezetting de vijftiende eeuw volgde in de zeventiende eeuw een harde islamiseringscampagne die het katholicisme meer naar het noorden en de orthodoxe kerk naar het zuiden drong. Voor de Tweede Wereldoorlog was ongeveer zeventig procent van de bevolking islamiet, twintig procent Grieks-orthodox en tien procent rooms. Vanaf de Tweede Wereldoorlog tot begin 1991 was er een streng communistisch regiem. In 1967 werd alle religie verboden. Moskeeën en kerken werden gesloten vrijwel allemaal afgebroken of omgebouwd voor andere doeleinden. Albanië werd de eerste atheïstische staat ter wereld. Er heerst een grote geestelijke duisternis. Veel mensen die een tijdje naar de kerk gaan, komen in felle strijd met hun omgeving en vallen vaak terug. De geestelijke strijd in Albanië is reëel en hevig. Ook het dagelijks leven is zwaar. De communistische dictatuur heeft zijn sporen getrokken. Er is veel corruptie, armoede en ellende.
|