Lezingen
Ben ik geroepen voor zendingswerk? Het is een vraag waar ik en veel anderen lang mee hebben rondgelopen: ben ik geroepen? Er zijn er die deze vraag overbodig vinden. De nood in de wereld is voldoende roeping, vinden ze. Jim Elliott schreef: “We don’t need a call; we need a kick in the pants.” [We hebben geen roeping nodig, maar een schop]. Krachtens het ambt aller gelovigen is elke christen geroepen om als profeet Gods Naam te belijden, elk christen is de zalving van Christus deelachtig. Anderen wijzen op het grote aantal mislukkende zendelingen en stellen dat een Goddelijke roeping wel degelijk nodig is. We hebben geluisterd bij een andere inleiding naar de roeping van Jesaja. Natuurlijk kunnen we leren van de roeping van Jesaja. Maar je hoeft niet geroepen te zijn als Jesaja om écht geroepen te zijn. Je hoeft ook niet geroepen te zijn als Jesaja of als Jeremia of als Mozes om te kunnen wéten geroepen te zijn. De volgende zes vragen kunnen je helpen de vraag te beantwoorden of je geroepen bent.
Klik hier voor de rest van de lezing.
De noodzaak van het bijbelvertaalwerk Als we het bijbelvertaalwerk door de eeuwen heen onder de loep nemen dan zien we dat in het merendeel van de gevallen besloten werd tot een bijbelvertaling omdat er een behoefte was om het Woord van God in de toenmaals gangbare voertaal te kunnen lezen. De Septuaginta werd vertaald in de tijd dat het Grieks de linquae francae was en de Vulgata in de tijd dat het Latijn meer en meer die functie overnam. De Bijbel werd in het Nederlands vertaald toen, onder invloed van de Reformatie, Nederlandse christenen de noodzaak gingen zien om Gods Woord in hun eigen taal te horen en te lezen. Bijbelvertalingen worden vanuit een behoefte geboren. Dat is wel een heel pragmatische onderbouwing van het bijbelvertaalwerk.
Klik hier voor de rest van de lezing.
De missie van Jesaja en onze missie De roeping van Jesaja. Ik wil bij de verzen één tot acht je aandacht stil houden als je nadenkt over een plaats in de zending. Ik stop bij Jes. 6 vers acht. Vers negen neem ik er niet meer bij want dat is iets tussen jou en God. Het eindigt dus bij vers acht met een gebed. ‘Zend mij henen’. En dan wordt hij gezonden in vers negen. Het is verborgen voor jou in de toekomst of het werkelijk zo is dat God je zendt. Ik wil dat gedeelte dus verder niet behandelen.
Klik hier voor de rest van de lezing.
|