Verhalen
Ecuador
Rafaela
Tjonge, wat was het warm vandaag. Rafaela veegde het zweet van haar voorhoofd. Ze trok haar rugzak recht die zwaar was van de boeken met huiswerk. Gelukkig stond de school niet zo ver van huis en was ze er bijna. Straks ging het vast regenen, dat gebeurde meestal als het zo benauwd warm was. De sloppenwijk zou dan weer in een modderpoel veranderen, maar het voordeel was dat het dan wat af zou koelen. Nog een paar weken, wist Rafaela, dan zou het regenseizoen in Guayaquil weer afgelopen zijn en zouden er heel wat maanden zonder regens volgen.
He, he, Rafaela was bij huis aangekomen. Ze duwde het houten poortje open en werd gelijk uitbundig begroet door haar tweelingzusjes van drie jaar, Domenica en Diana. Binnen in het gammele huisje van bamboe was haar moeder aan het koken. “Hola, mami”, groette ze haar moeder met een kus en stiekem keek ze gelijk even in de pannen. Mmmm, lekker, maïssoep en rijst met gebakken banaan. Jammer dat ze altijd maar één keer per week vlees aten, maar Rafaela snapte ook wel dat er niet genoeg geld was om elke dag vlees te kunnen eten. Haar vader had wel werk, maar verdiende erg weinig en als je dan een gezin had met zeven kinderen, die allemaal moesten eten en studeren, dan was het geld al gauw op. Gelukkig kon haar moeder goed naaien en naaide ze vaak voor anderen, zodat ze ook wat geld verdiende. Wel fijn dat ze die naaimachine mochten lenen van de zending.
Rafaela’s gedachten dwaalden af... Ze was op haar matras gaan zitten met een bekertje vruchtensap. De zending, ja, dat waren mensen uit een ander land die een paar jaar geleden waren gekomen en een kerk hadden laten bouwen in de sloppenwijk. Ze waren in het begin allemaal heel nieuwsgierig geweest hoe het daar zou zijn en toen alle mensen uit hun buurt een uitnodiging kregen om op een zondag naar de dienst te komen, was Rafaela ook gegaan. Ze had het gelijk heel fijn gevonden. Er waren best veel mensen en er werd zo mooi gezongen. Ook werd er voor de kinderen een vertelling uit de Bijbel gehouden en moesten ze een bijbeltekst uit het hoofd leren. Eerst vond ze het allemaal wel wat moeilijk en ging ze eigenlijk vooral naar de kerk omdat ze zich daar gewoon prettig voelde. Ach, en thuis was toch weinig te beleven. Als vader een slecht humeur had, en dat gebeurde regelmatig, dan kon je beter ergens anders zijn dan thuis, want alles wat je dan deed was volgens vader toch niet goed. Hij kon dan erg mopperen en schreeuwen. Op een gegeven moment was Rafaela niet meer alleen naar de kerk gegaan voor het fijne gevoel, maar vooral omdat ze graag steeds meer wilde horen over de Heere Jezus, Die ze lief had gekregen en op Wie ze met heel haar hart vertrouwde. Ja, haar leven was door Hem veranderd. Een glimlach verscheen op Rafaela’s gezicht. Ze wist dat de Heere altijd bij haar was en dat ze ook elke dag weer aan Hem om vergeving van haar zonden mocht vragen.
“Rafaela!” Een stem deed haar opschrikken van haar gedachten. “Wat is er mami?” “Rafaela, toe, loop eens gauw even naar het winkeltje op de hoek en koop een beetje suiker voor me. Een klein zakje hoor, want ik heb nog maar 25 centavos. Of nee, laat ik je maar geen geld meegeven, vraag maar of tia Elsa het opschrijft op onze lijst, zodat we het volgende week kunnen betalen.” Als er dan tenminste genoeg geld voor is, dacht ze er achteraan..... Rafaela rende op haar slippers naar buiten en botste bijna tegen Pedro aan. “He, kun je niet een beetje uitkijken”, riep Pedro verontwaardigd, “ik heb net een paar eieren gekocht en door jou zou ik ze bijna laten vallen.” Oeps, Rafaela zei maar gauw “perdon” en liep door naar het winkeltje. Als je het met Pedro aan de stok kreeg, dan was het niet best. Dat joch was zo vreselijk sterk, je kon hem beter te vriend houden. “Een klein zakje suiker, alstublieft”, vroeg ze aan tia Elsa. Rafaela moest altijd een beetje om haar lachen. Ze was zo verschrikkelijk dik, haar kleren zouden wijd genoeg zijn voor Rafaela en haar moeder er bij. Verder had ze altijd een potlood achter haar oor zitten. Rafaela grinnikte een beetje. Laatst had iemand verteld dat tia Elsa een keer in plaats van haar potlood, per ongeluk een half afgekloven zuurstokje dat op de toonbank lag achter haar oor had gestopt. Eerst had ze niets in de gaten gehad maar toen er wespen op de zoetigheid afkwamen voelde ze eens achter haar oor en greep in het plakkerige zuurstokje. Maar dat zat weer vastgeplakt aan haar kroeshaar en haar man had er met de schaar bij moeten komen om het uit haar haren te knippen. Tia Elsa maakte vaak wat mee. Rafaela vond haar erg vriendelijk.
Terwijl Rafaela met de suiker terugliep naar huis voelde ze de eerste regendruppels vallen. He, nu zou het gelukkig niet zo warm meer zijn, maar wel zou alles natuurlijk weer een modderbende worden. Als het nu vannacht maar niet zo heel hard regende, anders werd ze ook nog gewekt door de druppels op haar hoofd die door het dak kwamen. Dat gebeurde soms als het echt heel hard regende en heel lang. Haar vader wilde het dak niet repareren, zei hij, want als de zon er overdag was droogde alles snel weer op en het regenseizoen was immers toch bijna voorbij. Veel mensen in de sloppenwijk waren als het erg regende bang voor verkoudheid die vaak overging in longontsteking, omdat ze niet gezond aten en dus sneller ziek konden worden. Rafaela hoopte niet dat zij verkouden werd, want longontsteking leek haar iets heel ergs. Ze had een keer op een bijeenkomst in het gebouw van de stichting gehoord dat vitaminen heel belangrijk waren. Als je genoeg vitaminen in je lichaam had dan had je ook minder kans op verkoudheid en longontsteking. De stichting was er ook door mensen van de zending gekomen en het gebouw stond vlak bij hun huisje. Ze liep er weleens naar binnen om te praten met de mensen die er werkten, het was er altijd gezellig.
Opeens begon het keihard te regenen, grote druppels vielen op Rafaela en ze vloog door het poortje, over de patio, het huisje in. “Hier mami, alstublieft, de suiker, en de groeten van tia Elsa.” “Bedankt kind, ga nu gauw je huiswerk maken voordat het donker wordt.” Rafaela boog zich over het rekenboek op haar schoot en terwijl de regen kletterde op het dak van golfplaten, was ze al gauw verdiept in de sommen die ze moest maken.
Nadat de radio’s en de televisies van de buren de hele avond hun geluid in de straat van Rafaela hadden laten horen, was het stil geworden in de sloppenwijk. Nee, toch niet. In het bamboehuisje van de familie van Rafaela was een klagelijk gehuil te horen. Rafaela was er net wakker van geworden en ontdekte dat het Domenica’s stem was. Domenica lag samen met Diana op de matras aan de andere kant van het gordijn. Rafaela sliep samen met haar andere zus Cyntia ook op één matras. Ze merkte dat ook Cyntia zich bewoog en wakker leek te worden van het gehuil. Toen ze opstond en naar Domenica liep zag ze dat moeder al bij haar zusje stond. “Mi hijita, dochtertje”, hoorde ze haar moeder zeggen met een bezorgde stem. “Wat is er mami, waarom huilt Domenica en waarom hoest ze zo akelig?” vroeg Rafaela. “Ah kind, het lijkt erop dat Domenica erg ziek is. Ze is heel warm en ademt snel en als ze moet hoesten doet het haar verschrikkelijk pijn.” “Longontsteking!”, flitste het door Rafaela heen. “O nee, laat het dat toch niet zijn, Heere”, bad ze in zichzelf. Moeder gaf Domenica wat water en verkoelde haar gezicht met een natte doek. “Morgen gaan we naar de dokter, mi hijita.” En tegen Rafaela zei ze: “Laten we om haar genezing bidden, meisje.” Bezorgd ging Rafaela weer liggen naast Cyntia, die al weer sliep. O, als Domenica nu maar niet naar de clinica moest. Dat kostte best veel geld en zoveel hadden ze niet.
De volgende morgen, al voor dat Rafaela wakker was, had moeder Domenica aangekleed en was ze naar de dokter gegaan. Een paar straten verder stond een gebouwtje waar elke dag een dokter kwam. Niet dat hij er zo vroeg al was, maar het was er altijd druk en wie het eerst in de rij stond was het eerst aan de beurt. Diana kwam even bij Rafaela liggen en snikte: “Rafa, is Domenica nu heel erg ziek? Moet ze misschien nu sterven?” Rafaela sloeg een arm om haar verdrietige zusje heen en zei: “Ah, zusje, we moeten afwachten wat de dokter zegt en vooral bidden tot de Heere in de hemel, of Hij voor Domenica wil zorgen. Heb je al gebeden, Diana?” “O, ja hoor”, antwoordde het meisje, “al wel heel veel keer en de Heere kan alles he, Rafa?” Rafaela knikte en haar gedachten gingen naar moeder en Domenica. Hopelijk waren ze bij de eersten, dan zouden ze nu al gauw terug kunnen komen. Wat zou de dokter zeggen? He, daar hoorde ze het poortje dichtklappen, wat fijn dat ze al zo snel terug waren. “En, mami?” keek ze vragend haar moeder aan. Moeder schudde haar hoofd. “Ze is erg ziek, Rafaela, het lijkt longontsteking en ze moet zo snel mogelijk naar de clinica.” Rafaela sloeg haar hand voor haar mond. Toch dus, toch longontsteking. O, wat erg.
“Rafaela”, vroeg haar moeder, “wil jij wat kleren voor Domenica in een plastic zak doen en in een andere zak wat vruchtensap in een kan, er staat nog wat van gisteren.” Rafaela gehoorzaamde gelijk en snel zocht ze de spullen bij elkaar. Maar hoe moest het nu in de clinica? Zo’n ziekenhuis kostte veel geld. Als je aankwam moest je altijd gelijk een bedrag betalen, anders mocht je niet eens opgenomen worden. En altijd moest de familie gelijk medicijnen kopen en ook bijvoorbeeld een injectiespuit, als dat nodig was. In het ziekenhuis hadden ze geen medicijnen en geen spuiten klaarliggen. Waar moesten ze nu het geld vandaan halen? Ze zag moeder’s rimpels in haar voorhoofd. Moeder was erg bezorgd, dat kon ze wel zien. En Domenica hoestte zo erg en had steeds haar ogen dicht. “Kom kind”, zei moeder tegen Rafaela, “ga jij met mij en Domenica mee in de bus, dan kan Cyntia bij Diana blijven. De anderen moeten naar school en vader is al naar zijn werk, maar gelukkig heb jij altijd ’s middags school, zodat je nu gelukkig mee kunt om de medicijnen te kopen.” “Maar moeder”, begon Rafaela, “heeft u wel geld voor medicijnen?” “ Ik heb wat kunnen lenen bij het winkeltje van tia Elsa, zij is altijd zo gewillig om te helpen en ik hoop dat we in ieder geval voor vandaag genoeg hebben.”
Na een half uur in een oude bus te hebben gezeten, konden ze voor de clinica uitstappen. Moeder droeg Domenica in haar armen en Rafaela droeg de tassen. He, in de clinica vond ze het altijd zo akelig, er hing een aparte geur de meeste mensen keken verdrietig of bezorgd. En soms zag je ook hele zieke mensen op een brancard voorbij komen. Rafaela liep stil achter moeder aan die al met een zuster praatte. De zuster zei dat ze eerst wat geld moesten betalen en daarna konden ze in de wachtruimte gaan zitten en dan zou zij een arts opzoeken.
Na een poosje verscheen de arts en moeder met Domenica mochten achter hem aanlopen. Rafaela moest blijven wachten en het duurde wel 20 minuten voordat moeder terug kwam. Ondertussen zag ze dat een oude mevrouw op een brancard binnen gebracht werd en gelijk doorging naar de spoedafdeling. Haar 2 dochters bleven achter in de wachtruimte. Na 5 minuten kwam er een arts naar buiten en zei wat woorden tegen de dochters. Die begonnen opeens luidkeels te huilen en riepen: “Onze moeder, onze moeder, ze leeft niet meer”. Rafaela vond het heel erg voor die vrouwen en vond het eigenlijk wel een beetje raar dat de dokter zei dat hun moeder gestorven was, terwijl er heel veel mensen in de wachtruimte zaten die alles konden volgen. Waarom praatte hij niet even met ze in een apart kamertje? Ze wist dat dat in een ander ziekenhuis wel gebeurde.
Daar was moeder weer en ze had een papier in haar hand. “Ja, kind, het is longontsteking en Domenica moet gelijk behandeld worden met medicijnen en er moeten verder nog wat onderzoeken gedaan worden. Hier heb ik een lijstje met medicijnen die gekocht moeten worden. Ga nu gauw met dit lijstje en wat geld naar de dichtsbijzijnde apotheek, er zijn er genoeg hier in de buurt van de clinica, en koop dit, dan blijf ik hier wachten. Doe voorzichtig hoor, het is hier altijd erg druk.” Rafaela was al weg en al snel vond ze een apotheek waar ze de spullen kon kopen. Bijna al het geld was nu op en met de medicijnen en het geld dat ze over had kwam ze weer bij moeder aan. De medicijnen werden door een zuster bij Domenica gebracht en nu moesten ze maar afwachten hoe het verder ging. De tijd ging erg langzaam. Ook al was er genoeg te zien in de wachtruimte, toch duurde het zo lang voordat er weer iemand hun naam afriep. Rond het middaguur kwam een zuster zeggen dat Domenica op een afdeling lag waar ze goed bewaakt werd en dat moeder nu even bij haar mocht kijken, maar dat ze verder geen bezoek mocht hebben. Moeder liep met de zuster mee en Rafaela bleef verdrietig achter. Zij zou ook zo graag even bij haar zusje willen kijken, maar dat mocht absoluut niet. Opeens zag ze een bekend gezicht verschijnen. He, daar kwam haar broer Estefano aanlopen. Hij keek zoekend rond en zag toen Rafaela. Hij liep naar haar toe en zei: “Hoe is het met Domenica? Ik kwam thuis van school en Cyntia zei dat jullie in de clinica waren en toen ben ik gelijk hier naartoe gegaan om te horen hoe het is.” Rafaela vertelde alles wat ze wist en op dat moment kwam moeder ook weer de deur uit lopen. Ze had gehuild, dat zag Rafaela wel. Vragend keken Estefano en Rafaela haar aan. Moeder vertelde dat er goed voor Domenica gezorgd werd en dat ze goed in de gaten werd gehouden, maar dat ze in ieder geval vandaag en morgen nog op die afdeling zou moeten liggen. Als het dan wat beter ging mocht ze naar een zaal en mocht ze ook wat meer bezoek hebben. Er moest steeds iemand van de familie in de wachtruimte blijven, omdat er onverwachts meer medicijnen nodig konden zijn voor Domenica, en die moesten dan gekocht worden. Ze spraken af dat moeder en Rafaela naar huis gingen en dat Estefano nu zou blijven. Moeder gaf hem het laatste geld dat ze had en vertrok toen met Rafaela weer naar de bus die hen naar de sloppenwijk bracht.
Na 3 dagen ging Rafaela weer met moeder mee naar het ziekenhuis. Gelukkig ging het nu wat beter met Domenica en mocht ze op een zaal liggen met andere kinderen. Rafaela mocht nu ook bij Domenica op bezoek komen en met haar praten. Ze had een ketting voor Domenica geregen met kraaltjes waar ze altijd heel zuinig op was en die ze zelf ook erg mooi vond. Nu mocht Domenica zo’n mooie ketting hebben. He, Rafaela voelde zich een stuk opgewekter dan een paar dagen geleden. Op de dag dat Domenica naar het ziekenhuis moest was er ’s avonds in de kerk door veel mensen gebeden voor Domenica. Rafaela was er ook geweest en ze had met de anderen meegezongen: “Ondanks dat alles donker lijkt, mogen we op de Heere vertrouwen, want Hij leidt ons.” Ook hadden de mensen van de kerk samen wat geld bij elkaar verzameld om de familie van Rafaela te helpen nu ze zoveel kosten hadden. Pedro was zelfs bij hen thuis geweest om wat eten te brengen dat zijn moeder gekookt had. Hij was toch best wel aardig geweest en Rafaela bedacht dat ze misschien gewoon eens een keer met hem moest gaan praten, in plaats van altijd uit zijn buurt te blijven.
Toen Rafaela aan Domenica’s bed zat in het ziekenhuis was er dankbaarheid in haar hart. De Heere was goed, Hij had er voor gezorgd dat het weer beter ging met Domenica. Haar zusje begon weer te praten en wilde weer wat eten en de dokter had gezegd dat ze waarschijnlijk over een paar dagen naar huis mocht. Wel zag ze er witjes uit, maar Rafaela zou er wel voor zorgen dat haar zusje genoeg vitaminen kreeg. Ze kon best bij haar in de buurt de huizen langs gaan en aan iedereen wat fruit vragen, dan zou ze een heleboel hebben en dan zou Domenica weer goed aansterken. Ja, dat ging ze doen!
|