Liederen
Roept uit aan alle stranden
Roept uit aan alle stranden, verbreidt van oord tot oord, verkondigt alle landen het evangeliewoord; het evangeliewoord.
Roept uit de Heer’ der Heeren, als aller volken vriend. De volken moeten leren, wat tot hun vrede dient; wat tot hun vrede dient.
De doven moeten horen, d’onkundigen verstaan, de blinden ’t heillicht gloren, de kreup’len leren gaan; de kreup’len leren gaan.
De treurenden vergeten, hun leed en droefenis, en al wat arm is, weten, dat daar een Heiland is; dat daar een Heiland is.
Naäman
Er woont ver weg een generaal; die heeft een vreselijke kwaal: hij is melaats; wie geeft hem raad? Het is een meisje dat hem helpen gaat.
Naäman hoort dus wat zij weet van Isrels God en de profeet. Maar zou hij luist’ren, zou hij gaan? Hij gáát zich dompelen in de Jordaan!
De Heere God heeft hem gered. Naäman dankt Hem in gebed. Hij reist terug, gezond en wel, en eert voortaan de God van Israël.
Jona
De Heere regeert in de hemel en op aarde. Zijn ogen doorlopen het ganse heelal. We hoorden zojuist dat God Ninevé spaarde, door Jona te sturen die prediken zal.
Refrein De Heere regeert ook het leven van jou! Bid Hem om bekering, die Heere is getrouw.
Filippus
Wie legt mij uit wat werd gezegd eertijds door de profeten? Wanneer het niet wordt uitgelegd hoe zal ik het dan weten? Wie wijst de weg? O kom en zeg; wat staat er toch geschreven, waar is de weg ten leven?
Ik reis mijn weg, verheugd en blij; vergeven zijn mijn zonden! Niet ik zocht Hem, maar Hij zocht mij en Hij heeft mij gevonden! Gods goede Geest, Hij is geweest mijn gids - het Lam mijn herder. Vol blijdschap reis ik verder.
Paulus spreekt het Woord van God
Paulus spreekt het Woord van God! Dat is zijn verlangen. Maar niet iedereen is blij, Paulus wordt gevangen.
Hij komt in een donk’re cel zou God aan hem denken? Ja, de Heere ziet hem wel, zal verlossing schenken.
Paulus zingt daar in de nacht, hij blijft op God hopen. En de Heere toont Zijn macht, maakt de deuren open.
|