Maandagavond zijn Adjan en Nicolien Boogaard vanuit de gereformeerde gemeente van Ede uitgezonden naar Albanië. In aanwezigheid van familie, vrienden, gemeenteleden, oud-collega’s, bekenden en ZGG-betrokkenen gaven ze hun ja-woord. Daarmee verbonden ze zich aan het zendingswerk in Albanië, in dienst van ZGG.
De dienst werd geleid door ds. J.B. Huisman, predikant van de gemeente in Ede, die de preek hield. Daarna gaf hij de leiding over aan ds. S. Maljaars, deputaat voor de Zending, die de uitzending verrichtte.
Preek
Ds. Huisman koos Efeze 3 vers 8 als uitgangspunt voor de prediking: ‘Mij, den allerminste van al de heiligen, is deze genade gegeven, om onder de heidenen door het Evangelie te verkondigen den onnaspeurlijken rijkdom van Christus’. Het thema van de preek was ‘Geroepen om te dienen’, onderverdeeld in de aandachtspunten 1) in ootmoedigheid, 2) uit bewogenheid en 3) met vrijmoedigheid.
Paulus herinnert in zijn brief aan de gemeente van Efeze de lezers aan hun eertijds ellendige staat van zonden en misdaden, wijst hen op Gods genade in Jezus Christus en spoort hen aan om te wandelen tot eer van God. Van deze boodschap is Paulus een dienaar geworden, tot zijn eigen verwondering. Zelf is hij immers de ‘allerminste van al de heiligen’, en toch is hém de genade gegeven, niet alleen voor zijn eigen ziel, maar ook om het Evangelie aan heidenen te verkondigen. Dat het hem gegeven is, maakt de verwondering nog groter. Tegelijkertijd geeft dat ook de bevoegdheid om verkondiger te zijn. De predikant roept Adjan en Nicolien op om diezelfde verwondering als Paulus over Gods genade en Zijn mandaat elke dag te ervaren.
De apostel spreekt over de ‘onnaspeurlijke rijkdom van Christus’. Dat vormt een contrast met de armoede in Adam die het deel van de mens geworden is, en van waaruit hij God niet zelf zal gaan zoeken. Daarom moet het Evangelie verkondigd worden, waarin Christus centraal staat, en waarin steeds weer nieuwe dingen over Hem ontdekt worden. Aan het volgen van Zijn gangen komt geen einde, en de reikwijdte van Zijn werk wordt niet begrensd door landen, volken of aantallen. Dat brengt uiteindelijk bij het welbehagen Gods, wat door de hand van Christus voortgaat. ‘Wie roemt, die roeme in den Heere’ (2 Kor. 10:17).
Uitzending
Nadat Adjan en Nicolien ‘ja’ hebben gezegd op de vragen die hen door ds. Maljaars werden gesteld, staat de predikant stil bij Jesaja 42 vers 1a: ‘Zie, Mijn Knecht…’ Hij memoreert hoe Adjan en Nicolien zich bij ZGG meldden nadat de Heere hen verrassend riep met woorden uit Jesaja. Nu klinkt Jesaja opnieuw, over de Knecht des Heeren, Jezus Christus. Ds. Maljaars roept Adjan op om in zijn toekomstige werk als theologisch docent veel aan de voeten van deze Knecht te zitten en steeds op Hem te zien. Het werk in Gods Koninkrijk brengt moeite en strijd met zich mee. Stormen zijn al gekomen, en zullen blijven komen. Maar deze woorden blijven door alles heen van kracht: ‘Zie, Mijn Knecht…’
De predikant spreekt ook de wederzijdse familie en de gemeente van Ede hartelijk toe. Hij richt zich in het bijzonder tot jongeren in de gemeente, nu een jong echtpaar wordt uitgezonden. Hij roept hen op om te bidden om een plaats in Gods Koninkrijk. De gemeente zingt Adjan en Nicolien Psalm 121 vers 1 en 3 toe.
Welkom en afscheid
Uit de teambrief van Gerdine Zoeteman namens het team in Albanië blijkt dat Adjan en Nicolien met open armen zullen worden ontvangen als ze later in de week zullen aankomen in Tirana. Meer eerst zullen ze de pijn voelen van het ‘verlaten’ van Nederland. Het team raadt hen aan vast te houden aan de woorden waarmee God riep en te zien op Christus, die op Golgotha de diepste verlatenheid heeft ervaren.
Na afloop van de dienst nemen Adjan en Nicolien afscheid van de betrokkenen. Hun reis naar Albanië is inmiddels begonnen. Na aankomst in Tirana zullen zij zich voorlopig bezighouden met taalstudie Albanees.