Gisteravond is Jacobina van Hoef uitgezonden voor het zendingswerk in Guinee. De dienst vond plaats in haar thuisgemeente, de gereformeerde gemeente van Veenendaal. Te midden van haar familie, vrienden, gemeenteleden, oud-collega’s, bekenden en ZGG-betrokkenen sprak Jacobina haar ja-woord uit op de vragen die bij de uitzending werden gesteld. Daarmee verbond ze zich aan het zendingswerk in Guinee, in dienst van ZGG.
De preek in de uitzenddienst werd gehouden door ds. B. Labee, predikant van de gemeente. Daarna gaf hij de leiding van de dienst over aan de voorzitter van het deputaatschap voor de Zending, ds. P.D. den Haan. Hij verrichtte de uitzending en besloot de dienst met de hogepriesterlijke zegen.
Preek
De tekst voor de prediking in deze week van Hemelvaartsdag was Lukas 24 vers 50: ‘En Hij [Jezus] leidde hen buiten tot aan Bethanië, en Zijn handen opheffende, zegende Hij hen.’ Ds. Labee koos als thema bij deze tekst ‘Een zekere toekomst’ en verdeelde dat in twee delen: 1) als Jezus leidt en 2) als Jezus zegent.
We zien in deze tekst de discipelen, die rond de opstanding van Christus zoveel duisternis en twijfel hebben ervaren. Ze hebben van hun Meester de grote opdracht gekregen om het Evangelie te brengen vanuit Jeruzalem, naar Samaria, tot aan de einden van de wereld. En nu leidt Jezus hen de stad uit, over die bekende weg naar Bethanië. Golgotha, de heuvel vol herinneringen, zal er niet ver vandaan gelegen zijn. De discipelen hebben Jezus daar leren kennen in Zijn diepe vernedering. Ze hebben Hem allen verlaten… Maar Jezus zocht hen weer op na Zijn opstanding, achter de gesloten deuren, en gaf hun opnieuw dagenlang onderwijs. Zo leerden ze Hem – enigszins – kennen in Zijn verhoging. En zo bereidde Hij hen voor om Zijn volgelingen te blijven, ook als Hij heengegaan zou zijn, en als moeite en marteling hun deel zou worden. Zo is het vandaag de dag nog steeds: werkers in Gods Koninkrijk weten – als het goed is – van Gods leiding in hun leven.
Ze komen bij Bethanië, een kruispunt van wegen. Hier heft Jezus Zijn handen op. De handen die kinderen hebben gezegend, zieken konden genezen en nodigend werden uitgestoken: ‘Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.’ Het zijn handen met littekens, getuigen van het volmaakte offer dat Christus bracht, behorend tot de Rechter van hemel en aarde. Met deze handen zegent Jezus Zijn discipelen. Het is de zegen van Zijn leiding, naar Gods raad. Een zegen die blijft, ook als Zijn handen niet meer zichtbaar zijn omdat Hij als volmaakte Hogepriester het hemelse heiligdom binnengaat.
En de discipelen? Ze zijn zwak van moed en klein van krachten, maar hebben ongetwijfeld ook uitzien en verlangen gehad om te werken in Zijn dienst. Dat verlangen kent Jacobina ook. En onder Gods leiding en zegen kan ze gaan.
Uitzending
Ds. Den Haan stelde Jacobina de vragen van het uitzendformulier, waarop zij met ‘ja’ haar instemming betuigde. Hij stond vervolgens stil bij 3 Johannes vers 15: ‘Vrede zij u. De vrienden groeten u. Groet de vrienden met name.’ In deze tekst ziet de predikant voor Jacobina een zegen, een bemoediging en een opdracht.
Een zegen, omdat de vrede waarover het hier gaat niet alleen maar een ‘algemene groet’ is, maar het woorden van Christus Zelf zijn, die Johannes uit Zijn eigen mond heeft gehoord. De predikant wenst Jacobina toe dat ze uit deze vrede mag leven, en dit mag laten zien aan mensen in Guinee.
Een bemoediging, van de ‘vrienden’, die ook leven uit deze vrede, en die Jacobina kan vinden in haar persoonlijke netwerk, in haar thuisgemeente Veenendaal en in het hele kerkverband. Als het moeilijk is, mag ze weten niet ‘alleen’ te zijn, maar gesteund te worden in het gebed van vele mensen op het Nederlandse thuisfront.
Een opdracht, om te spreken over deze vrede, met de ‘vrienden’ in het zendingsteam die de vrede kennen, met Guineeërs in de gemeente van Boké, maar ook onder de Mogofin in Garama. De Heere is aan het werk in Guinee, want er moeten nog ‘vrienden’ bij komen. De predikant wekt Jacobina op om deze vrede te verkondigen met alle vrijmoedigheid, ook als dat vijandschap geeft.
Ds. Den Haan spreekt Jacobina’s familie, vrienden, kennissen, oud-collega’s, thuisfrontcommissie, kerkenraad en gemeente hartelijk toe en roept hen op om gedurig te bidden voor Jacobina, voor de uitbreiding van Gods Koninkrijk in Guinee en voor al het zendingswerk dat ons kerkverband mag verrichten. De gemeente zingt Jacobina Psalm 121 vers 4 toe.
Welkom en afscheid
Het team in Guinee heet Jacobina hartelijk welkom in Garama, blijkt uit de teambrief die Mariëlle Heidekamp schreef. Het is fijn dat er weer een verpleegkundige in Garama komt wonen. De collega’s hebben er alle vertrouwen in dat Jacobina haar plekje tussen de mensen gaat vinden en hoopt dat ze na taal- en cultuurstudie het licht van Christus mag verspreiden onder de Mogofin.
Na de dienst nam Jacobina afscheid van veel betrokkenen. Aan het einde van deze week hoopt ze naar Guinee te vliegen en wat te acclimatiseren om daarna haar nieuwe huis in Garama te gaan betrekken.
‘Vrede zij u. De vrienden groeten u. Groet de vrienden met name.’