Daar begon voor ons een tijd van wennen aan een nieuwe woonomgeving, wortelen in een andere cultuur en het leren van de Mogofin taal. Ondertussen is het dorp Garama voor ons en onze kinderen (Sara, Hanna en Eva) ons thuis, het Mogofin gebied onze leefwereld en begrijpen we steeds meer van het leven hier. Door taal- en cultuurstudie zijn contacten ontstaan met moslims die graag meer over de Bijbel willen weten. We lezen met hen uit vertaalde bijbelboeken, verkopen bijbelse lectuur op de markt en bereiken kinderen tijdens een bijbelclubmoment met het Evangelie. We bidden of de Heere het gestrooide zaad zegent.
In dit werk zijn we afhankelijk van Zijn kracht in onze zwakheid. Het leren van de taal is een langdurig proces en vraagt nog steeds aandacht. Ook komt er strijd op het zendingswerk af. In het openbaar belijden dat Jezus Christus de Zaligmaker is, roept vragen en weerstand op.
Toch mogen we in vertrouwen dit werk, Gods werk, doen. De grote Sleuteldrager heeft immers een geopende deur gegeven om onder de Mogofin een getuige te zijn van Zijn Naam. Opdat er ook van deze bevolkingsgroep mensen door de Deur getrokken worden en in mogen gaan in het nieuwe Jeruzalem waar Jezus, de Heilige en Waarachtige, alles en in allen is.