Na de uitzending vestigen wij ons eerst met onze kinderen Juul, Saar en Mees in de hoofdstad van Senegal, Dakar. Daar gaan wij taalstudie Frans en Wolof doen, in combinatie met cultuurstudie. Wij zien dit als een belangrijke voorbereiding op het zendingswerk dat voor ons ligt. Om werkelijk naast mensen te staan en tot hun hart te komen, is het nodig hun taal en cultuur te kennen.

In Senegal is het grootste deel van de bevolking moslim. Het aantal protestantse christenen is heel klein. Voor miljoenen Senegalezen is de kans minimaal dat zij ooit in hun eigen land met het Evangelie in aanraking komen.
In mei 2024 heeft het zendingsdeputaatschap, na zorgvuldig onderzoek, besloten om een zendingsveld in Senegal te openen. Wij zijn de Heere dankbaar dat wij ons als gezin mogen gaan inzetten voor dit werk en bidden om zegen op de voorbereidingsperiode.

We hopen, door Gods genade, in Senegal iets te mogen laten zien van de liefde van de Heere Jezus en te vertellen van de hoop die alleen in Hem te vinden is. Daarbij zijn we volledig afhankelijk van de Heere. Hij moet Zelf harten openen en Zijn Woord zegenen. Het is een bemoediging dat de Heere tot ons sprak met de woorden uit Johannes 10 vers 16: ‘Ik heb nog andere schapen, die van dezen stal niet zijn; deze moet Ik ook toebrengen; en zij zullen Mijn stem horen; en het zal worden één kudde, en één Herder.’

Ik heb nog andere schapen, die van dezen stal niet zijn; deze moet Ik ook toebrengen; en zij zullen Mijn stem horen; en het zal worden één kudde, en één Herder.
Johannes 10:16